|
|
||
|
Jan Akkerman - Een biografie |
||
|
Jan wordt geboren op kerstavond 1946 in Amsterdam. Hij raakt voor het eerst een gitaar aan op de jeugdige leeftijd van 5 jaar. Jan's vader was zelf gitarist, terwijl zijn moeder hem aanmoedigt om accordeon te gaan spelen. Gelukkig kiest hij later definitief voor de gitaar, hoewel hij meerdere instrumenten kan bespelen, zoals keyboard en zelfs saxofoon. Als tiener verandert zijn interesse voor klassieke muziek in die voor rock 'n roll, daardoor speelt hij al op zeer jonge leeftijd in locale bandjes, zoals The Friendship Sextet (zijn eerste band), The Shaking Hearts en Johnny & His Cellar Rockers.
De 'Cellar Rockers' worden Johnny and The Hunters, later omgedoopt in The Hunters. Akkerman schrijft 'The Russian Spy and I' met aan het begin de beroemde lick, waarmee hij defintief doorbreekt in de muziekbusiness. Tijdens zijn laatste maanden in The Hunters neemt Jan in 1968 zijn eerste soloalbum 'Talent for Sale' op, met Sidney Wachtel op drums en Ron Bijtelaar op bas. Dit album bevat zowel enkele Rhythm & Blues-standaardwerken, als eigen composities. Deze release markeert het einde van zijn 'early years', waarin hij ook deelneemt aan studiosessies van 'The Cats' en andere Nederlandse bands (zoals Unit Gloria, The Buffoons en The Blue Diamonds), waarvoor hij nergens vermeld staat. Zijn beroemde quote over deze kwestie: "Wat het ertoe doet? Nou, het doet me niets, maar dat doet er niet toe."
In 1969 wordt Jan gevraagd om gitaar
(en Hammond-orgel) te spelen op een album van zanger Kazimierz (Kaz)
Lux. Samen met Pierre van der Linden op drums en André Reynen
op bas, leidt dit platenproject tot de band 'Brainbox'. Hun eerste en
enige album wordt tegen het einde van 1969 uitgebracht en onmiddellijk
beschouwd als een klassieker in de Nederlandse progressieve rock. Met
covers als 'Summertime', 'Sinner's Prayer' en 'Scarborough Fair' (naast
enkele eigen composities). Akkerman arrangeert de coverversies op originele
wijze en speelt enkele geweldige gitaarpartijen op zijn Gretsch White
Falcon op het album.
Tussen 1970 en 1976, maakt Jan deel uit van 'Focus", de band die over de hele wereld furore maakt. Gedurende zijn Focus-periode brengt Jan twee soloalbums uit. In 1972 is dat 'Profile', met op kant 1 zeer stevige progressieve rock onder de naam 'Fresh Air' met behulp van zijn Focus-maatjes, drummer Pierre van der Linden en bassist Bert Ruiter. Kant 2 van 'Profile' is voornamelijk akoestisch, met Jan op alt-luit in enkele nummers. Zijn derde soloalbum 'Tabernakel' wordt in de USA opgenomen met behulp van de bekende arrangeur George Flynn. Een logische opvolger voor 'Profile', Jan speelt er weer luit op, naast keyboard, gitaar en zijn elektrische sitar. Zowel 'Profile' als 'Tabernakel' zijn vooral succesvol buiten Nederland.
Gedurende repetities voor een UK tour met Focus in maart 1976, verlaat Jan Akkerman die band. Herenigd met musici als Pierre van der Linden en Kaz Lux, neemt Jan het album 'Eli' op. Gebaseerd op een verhaal dat Kaz had geschreven, met nummers als 'Tranquillizer' en het stuwende 'Can't Fake a Good Time', bewijst Akkerman dat hij progressie heeft gemaakt, sinds zijn Brainbox-tijd. Musici als Jasper van 't Hof en Rick van der Linden zijn ook belangrijk voor de sound, die 'Eli' zo uniek maakt. De opvolger met Jan's eigen naam als titel, wordt in dezefde periode opgenomen, maar is volledig instrumentaal. De meeste tracks zijn zelfs, tijdens de sessies voor het 'Eli' album, opgenomen in 1976. In zijn band zitten dan Joachim Kühn op keyboard, Cees van der Laarse op bas en Bruno Castelucci op drums. Percussionist is Neppie Noya. Vergeleken met 'Eli', bevat dit album meer gitaarsolo's en het brengt hem terug in de spotlights met nummers als 'Crackers', 'Pavane' en 'Skydancer'. Op alle tracks is het Michael Gibbs Orchestra als begeleiding te horen.
In 1978 staat hij met zijn band op
het Montreux Jazz Festival, daarvan zijn gedeelten te horen op het 'Live'-album.
Hij maakt ook een klassieke elpee met dirigent/arrangeur Claus Ogerman,
'Aranjuez'. Jan besluit om niet de bekendste klassieke stukken op dit
album te zetten, maar selecteert in plaats daarvan materiaal van Rodrigo,
Ravel en Villa-Lobos. De opvolger van deze plaat is verrassend genoeg
heel "funky". Opgenomen in de USA, is op het album 'Jan Akkerman
3' een blazers-sectie, gedirigeerd door Michael Brecker, te horen en
op 2 nummers ook zang van Will Dee ('She's So Devine') en Yvette Cason
('Funk Me').
In 1981 en 1982 woont Jan vooral in Denemarken en Zweden, waar hij live optreedt met muzikanten als Jon Hiseman and Stefan Nilsson. In oktober 1981 gaat hij een weddenschap met dj Willem van Kooten, om binnen 24 uur een compleet album te maken. Jan wint de weddenschap: 'Oil in the Family' is gekleurd met het geluid van zijn gitaarsynthesizer. Dit album is een uniek statement midden in het discotijdperk. Helaas zien zowel de pers als het publiek dit anders. In het voorjaar van 1982, wordt een van zijn meest lyrische albums, 'Pleasure Point', uitgebracht. Enkele nummers zijn door hem solo gespeeld, op zowel akoestische gitaar als gitaarsynthesizer, en op andere tracks zijn muzikanten als Hans Waterman en Ronald Zeldenrust op drums, bassist Pablo Nahar en saxofoonspeler Jim Campagnola te horen. Als hij in Denemarken is, neemt Jan het album 'It Could Happen To You' op in maart 1982 met Deense musici, zoals Kenneth Knudsen en Ole Theill. Nadat hij aan het eind van 1982 naar Nederland is teruggekeerd, beweegt hij zich steeds meer in de richting van zijn Django- en blues-roots. Op 'Can't Stand Noise' (uitgebracht in de herfst van 1983) staan favorieten uit live-optredens als 'Heavy Treasure', 'Piétons' en 'Just Because', terwijl de bezetting van zijn band bestaat uit Hans Waterman op drums, Dino Walcott op basgitaar en Marc van de Geer op keyboard. Terwijl hij vooral in het buitenland tourt, (vooral door Duitsland) bewijst hij, dat er nog steeds rekening met hem dient te worden gehouden.
Voordat hij toch weer met Thijs van Leer opnamesessies doet, voor het in 1985 uitgebrachte 'Focus'-album, neemt Jan een van zijn beste solo-albums op. Daarop staan nummers in de stijl van Brainbox en ZZ Top. De plaat wordt in oktober 1984 uitgebracht met als titel 'From the Basement', hij klinkt stevig, rauw en vrolijk. Na de korte 'Focus-reünie' in 1985, gaat Jan weer met Kaz Lux optreden, gevolg door gigs met gitaarvirtuoos Adje van den Berg en zangeres Julya Lo'ko. Bassist en drummer zijn respectieveliijk Michael Peet en Ton Dijkman. Nadat hij bijna een jaar thuis demo's heeft gemaakt voor zijn volgende album, duikt Jan de studio in om 'Heartware' op te nemen. Gedeeltelijk solo, gedeeltelijk met Peet / Dijkman, wordt 'Heartware' als een van zijn betere albums beschouwd. Het combineert de rockelementen van 'From the Basement' met de introductie van zijn new age-achtige stukken.
Akkerman, die vervolgens experimenteert met twee Roland MC-500 sequencers, wordt door Miles Copeland (manager van Sting) gevraagd om als invaller deel te nemen aan het 'Night of the Guitar'-project. Dit leidt tot zijn comeback op internationale podia en zijn optreden is een van de meest opvallendste van de show. In mei 1990 wordt zijn 'comeback'-album 'The Noise of Art' wereldwijd uitgebracht, het eerste sinds 1979. Miles Copeland nodigt hem uit om te gaan touren met Sting, maar Jan, onvoorspelbaar als altijd, besluit om het aanbod af te slaan. Hij heeft er geen zin meer in, om weer een 'tourmachine' te worden, zoals in zijn Focus-dagen. In 1991 en 1992 treedt hij, naast in solo-gigs, op met het Charlie Byrd Trio (ook in Japan), verder met Samuel Eddy en de inmiddels overleden Chicago-bluesmuzikant Ronald Abrams. Daarna, op een koude avond in augustus 1992, nadat hij is teruggekeerd van een hectische tour door het Caraïbische gebied, en zijn nieuwe vriendin Marian heeft ontmoet, krijgt Jan een ernstig auto-ongeluk. Zijn revalidatie duurt ongeveer een halfjaar, waarna hij zich samen met zijn vrouw Marian in haar geboortedorp vestigt. In februari 1993 treedt hij weer voor het eerst na zijn ongeluk op met zijn nieuwe bassist Manuel Hugas. Dat zelfde jaar doet hij ook een zeer succesvolle theatertour. In het voorjaar van 1993 wordt zijn nieuwe album 'Puccini's Café' door EMI uitgebracht, dat in 1994 wordt gevolgd door 'Blues Hearts'. Beide albums komen in de Nederlandse albumhitlijsten terecht en bevatten naast jazz, funk, en blues ook enkele elektronische elementen.
Na de monumentale 'Songs my father
taught me…the funny ones too!'-tour in 1995, voelt Jan dat het
tijd wordt voor een zeer speciaal nieuw album, waarop alle muziekstijlen
uit zijn verleden aan bod zullen komen. Dit idee wordt in 1996 gerealiseerd
op het album 'Focus in Time' samen met drummer Dijkman, bassist Hugas,
keyboardspeler/producer Tom Salisbury en een blazerssectie. De meeste
stukken hadden dezelfde Renaissance-achtige stijl als sommige gedeeltes
uit het oude Focus-repertoire. Jan bereikt een nieuw hoogtepunt met
zijn vertolking van 'Am I Losing You' en de akoestische tour-de-force
'Wildflower'. Op de daaruit voortvloeiende tour neemt toetsenist Nico
Brandsen zijn Hammond-orgel mee en oude tijden herleven...
In 1999 tekent hij een platencontract bij het Roadrunner-label en daarop wordt in oktober 1999 de cd 'Passion' uitgebracht. Door veel fans wordt dit album beschouwd als een waardige opvolger voor 'Tabernakel' uit 1973. 'Passion' is gedeeltelijk live opgenomen in 1995 en laat Jan's meest lyrische akoestische spel sinds tijden horen. Op het album (alle stukken zijn solo gespeeld op zijn akoestische Lowden-gitaar) staan twee lange suites met Akkerman-klassiekers, evenals interpretaties van composities zoals 'Mon Amour', 'Liebestraum' en een thema uit Bach's Mattheus Passion, dat tevens het titelnummer van het album wordt. 'Passion' wordt genomineerd voor een Edison award aan het begin van 2000, op het moment dat Akkerman bijna zijn akoestische theatertour ter promotie van het album heeft beëindigd. Zijn band bestaat dan uit zijn oude 'compadre' Ton Dijkman en het nieuwe bandlid Wilbrand Meischke op contrabas en percussie'.
In 1999 doet hij ook zijn eerste UK
tour sinds 1977 en vanaf dat moment bezoekt hij elk jaar het Verenigd
Koninkrijk, met of zonder band. Bezig als altijd met nieuw materiaal
in zijn studio thuis, wordt Jan begin 2000 gevraagd voor een speciale
tv-sessie met rapper Ice-T. Dit illustreert dat er voor hem nog steeds
geen muzikale grenzen zijn en dat zijn gevoel voor muziek recht uit
zijn hart komt, het doet er niet toe welke muziek dat is. De studiosessie
is erg verrassend en krijgt veel positieve reacties. Tijdens theateroptredens aan het begin van 2001, bespeelt Jan zijn luit weer, nadat hij eindelijk in staat is om er weer nieuwe snaren voor aan te schaffen. Zijn nieuwe keyboardspeler wordt Jeroen Rietbergen, bandlid van Soulvation, die een behoorlijke muzikale invloed op Jan krijgt. Tijdens de Jazzah! tour in 2001/2002 introduceert Jan nieuw materiaal, zoals 'Cotton Bay' en zijn versie van het Isley Brothers-nummer 'Between the Sheets'. Hij speelt dan ook zijn eigen klassieker 'Pavane' weer, voor het eerst sinds 1978. Na een samenwerking van meer dan 15 jaar, verlaat drummer Ton Dijkman de band in 2002 en wordt vervangen door Marijn van den Berg.
Jan is erg happy in zowel zijn privé-leven
als artistieke loopbaan. Wat men ook beweert over hem of zijn verleden,
het interesseert hem niet echt. Het is belangrijker dat hij duidelijk
de ideale omgeving heeft gevonden, om creativer dan ooit te zijn, samen
met zijn vrouw Marian en hun twee dochters. Zijn nieuwste album C.U,.
geproduceerd door Jeroen Rietbergen en Ronald Molendijk (ook van Soulvation),
wordt in oktober 2003 uitgebracht, hij is echt 'In the mood', zoals
de titel van zijn vaderlandse theatertour dat jaar luidt. In 2004 wordt zijn succesvolle Nederlandse Theatertour C.U. gevolgd door een UK tour. In zijn band vervangt Coen Molenaar keyboardspeler Jeroen Rietbergen steeds vaker. Enkele gigs brengen Jan naar landen als Duitsland, Rusland, Spanje, Bosnië en, last but bot least, Oekraïne (het land van zijn vroege voorvaders). Het jaar 2005 begint voor Jan zeer
positief, hij krijgt van stichting Conamus een Gouden Harp voor zijn
hele oeuvre.
Vanaf januari 2006 maakt Akkerman als gast deel uit van de theatertournee 'Queen In Concert' van het Orkest van de Koninklijke Luchtmacht met ondermeer zanger Bert Heerink. Naast de jaarlijkse UK Tour verschijnt Jan ook op buitenlandse podia in o.a. Rusland, Duitsland, Japan en India. In december begint zijn Nederlandse theatertour "Live in concert' waarin hij muzikaal terugblikt op zijn muzikale oeuvre tot nu toe. In april 2007 wordt de film 'Portret met gitaar' uitgezonden op de vaderlandse tv. Deze film gaat over Jan's leven en is gemaakt door Hans Hylkema. Na de jaarlijkse UK Tour staat Jan met zijn band o.a. op The Hague Jazz, van dit optreden worden er video-opnames gemaakt die later op DVD zullen verschijnen. Tussen optredens op diverse festivals door is er een korte solotour door de UK, waarin de jonge, veelbelovende gitarist Gareth Pearson het voorprogramma doet. Half september touren Jan en zijn bandleden door Japan, begin november gevolgd door een weekje Syrië. Jan gaat gedurende de rest van die maand op tournee met pianist Mike del Ferro door Zuid-Amerika, waarbij o.a. Bolivia, Argentinië en Brazilië worden aangedaan.
In 2008 staat Jan met zijn band diverse avonden voor een uitverkochte theaterzaal met 'Live in concert'. Na de jaarlijkse UK Tour volgen er optredens op diverse festivals. In juni wordt de DVD/cd/lp 'lIve in concert - The Hague 2007' uitgebracht. Eind juli/begin augustus doet Jan een korte tour met gitarist Vlatko Stefanovski door Kroatië. Daarna volgen er o.a. optredens in Schotland, Syrië, Jordanië, Servië en Slovenië. Op 3 oktober staat Jan met zijn band In de HMH in Amsterdam tijdens '50 Jaar Nederpop'. Ze brengen nummers van The Hunters (Russian spy and I), Brainbox (met Kaz Lux als speciale gast: Down man en Dark Rose) en Focus (Hocus Pocus en Sylvia) ten gehore. Begin november is er een korte akoestische solo UK Tour, waarbij Gareth Pearson weer in het voorprogramma staat, en Jan sluit die maand af met wederom een korte tour door Kroatië met Vlatko Stefanovski.
|